Caesarea in Ugchelen
De heropening van Caesarea en de daarbijbehorende kapel heeft geleid tot enig historisch onderzoek in een aantal archieven. In dit overzicht, samengesteld door de amateur historicus dhr. Bert Kompanje (april 1946 - juli 2015), wordt de rol van de familie Caesar, de Zusters Franciscaessen uit Denekamp, de Zusters der Liefde uit Veghel en de Salesianen van Don Bosco kort beschreven.

De familie Caesar
De relatie van de familie Caesar met Ugchelen begint in 1880.
G.E. Caesar koopt het boerenerf Geerlingshofstede gelegen in de buurtschap Ugchelen op 23 februari 1880 voor 4375 gulden van de Amsterdamse meesterbroodbakker Daniel Schreuder. Volgens de acte bestond de overdracht uit een woonhuis, bakhuis, schuur en erven, tuin, bouw- en weiland en houtgewas, totaal vier hectaren, tachtig aren en drie centiaren, met het recht van schaapsdrift op de Ugchelse Mark.

De grond in Ugchelen was waarschijnlijk als belegging gekocht en toen G.E. Caesar in 1892 overleed werd de grond in Ugchelen toebedeeld aan zijn zoon Friedrich Wilhelm.

De familie G.E. Caesar woonde in Amsterdam aan de Nieuwendijk 186, waar ze een winkel hadden waar kousen, gebreide goederen, lingeries en broderies verkocht werden. De familie had ook nog onroerend goed aan de Nieuwendijk 195 en de Keizersgracht 116. De winkel op de Nieuwendijk 195 kwam na het overlijden van zijn vader op naam van Friedrich te staan.

Van Friedrich is bekend dat hij ook gewoond heeft aan de Sarphatistraat 8 in Amsterdam. Hij was directeur van de NV “Ferdinand Veerkamp en Co” Lingerie- en Blousenfabriek, welke Stoom-Lingeriefabriek in 1885 was opgericht en gevestigd was aan de Marcusstraat 12. Mij is niet duidelijk, waarom FW Caesar tot nu toe vaak als speelgoedfabrikant is beschreven, ik heb niets in die richting kunnen vinden. Wel was F.W. Caesar tot 1926 ook nog commissaris van Van de Waal & Co’s korsettenfabriek en G.H. Klatte’s handel in Manufacturen in Amsterdam.


Plannen voor de bouw Caesarea
Rond 1910 liet hij het huis Geerlingshofstede in Ugchelen herbouwen, om daar ook zelf te kunnen wonen. Hijzelf maakte een ontwerp en was toen het huis klaar was vaak in Ugchelen te vinden. Hij ontwikkelde toen plannen om op zijn grond een vakantiekolonie met een kapel te gaan bouwen voor kinderen uit de grote steden. Hij kende ook de aartsbisschop van Utrecht, aan wie hij zijn plannen voorlegde. Deze zag er wel wat in en keurde de plannen goed.

Zusters Franciscanessen van Denekamp
Nu waren er ook wat zorgen bij de Zusters Franciscanessen van Denekamp. Daar waren ruimteproblemen mbt de huisvesting van jongens. Volgens kerkelijk voorschrift moesten kinderen met geprofeste zusters onder hetzelfde dak wonen als novicen. De aartsbisschop zou daarvoor compensatie kunnen verlenen. Tot hij dacht aan de plannen van Caesar. Hij dacht dat Caesar ook wel een weeshuis aan dit revalidatie-oord zou willen verbinden, waar ook de jongens uit Denekamp konden worden ondergebracht.

Op 10 november 1917 reizen de zusters Quirina Steffen en Didika Stromberg naar Amsterdam om te overleggen met F.W. Caesar. Caesar zag wel wat in het combineren van zijn ideëen met de wensen van de zusters. Er werd door beide partijen onderhandeld en er werd overeengekomen een deel te bestemmen als vakantiehuis en een deel voor de zusters als tehuis voor verwaarloosde en door het Rijk ondergebrachte jongens. Ook zou er een school en een klooster komen naast de al geplande kapel. Door de 1e wereldoorlog was het echter moeilijk om te starten met de bouw.

In de Apeldoornse Courant van 11 december 1918 stond een artikeltje over zijn plannen en dat de bouw was gestart van een kloosterschool en weeshuis.
In dat artikel stond:
“De heer N.N. wiens naam in Ugchelen genoegzaam bekend is, doch deze uit bescheidenheid niet vermeld wenscht te zien, schonk hier eene uitgestrektheid van 15 ha boschgrond met hoofdzakelijk opgaande dennen aan den Duitsche Orde van RC Zusters, die te Denekamp nabij Oldenzaal eene kloosterschool met weeshuis bezitten. Deze inrichting voldeed de laatste jaren niet meer aan de eischen van ruimte en hygiëne en zal nu naar Ugchelen worden overgeplaatst. Want niet alleen dat de heer NN den grond beschikbaar stelde, ook bekostigd hij den bouw van de grootsche inrichting, welke daar binnenkort onder architectuur van den heer Preller die zich enkele weken geleden aldaar metterwoon vestigde, zal verrijzen.
Het hoofdgebouw met eene frontbreedte van 49 Meter en eene diepte van 15 Meterwordt bestemd voor Weeshuis en Klooster. Het weeshuis wordt voorlopig ingericht voor eene verblijfplaats van ongeveer 150 kinderen. Het hoofdgebouw verkrijgt ter weerszijden een vleugel waarvan de rechtervleugel het kerkgebouw wordt en de linkervleugel eene bestemming krijgt als vacantiekolonie waarin 50 kinderen gelijkertijd plaatsing zullen vinden. De gehele bouw is zo ingericht, dat men gemakkelijk tot vergrooting zal kunnen overgaan. Over enkele maanden zal met het grondwerk worden aangevangen.”


Uit dit artikel zijn de oorspronkelijk plannen van Caesar en de zusters af te leiden; alleen de oppervlakte wordt wat overdreven, hier wordt gezegd 15 HA, terwijl Caesar niet meer dan 4,8 ha in bezit had. Ook wordt hier nog wat geheimzinnig gedaan over zijn naam.

Na de afloop van de oorlog in augustus 1919 bezocht de Vikarin uit Thuine samen met de zusters Quirina en Didika de lokatie in Ugchelen waar Caesar wilde gaan bouwen. Caesar en zijn vrouw waren er ook en de zusters waren enthousiast over de plek, hoewel ze het een nadeel vonden dat er geen station was in Ugchelen, en er veel heidevelden waren te zien. Controle van een ambtenaar van de overheid leverde geen problemen op en men wilde graag de jongens uit Denekamp verhuizen naar Apeldoorn.

In de Apeldoornse courant van 21 juli 1919 stond vermeld: “De Grondwerken van het opvoedingsgesticht en de vakantiekolonie - gebouwen met bijbehorend kerkgebouw, die voor de orde der Barmhartige zusters aan den weg naar Hoenderloo zullen worden gebouwd vorderen heel goed. Met het grondwerk voor de kerk is men zoo goed als gereed en nu zal de betonlaag, waar het gebouw op komt te staan, weldra worden aangebracht. Een vrachtauto, die de verschillende materialen zal aanvoeren , is reeds gearriveerd, zoodat binnenkort eene groote bedrijvigheid verwacht kan worden.”

In een acte verleden bij notaris Van de Poll 23 december 1920 werd besloten om in het leven te roepen de Stichting “Liefdegesticht Caesarea”, met als doel:
1 verpleging van zwakke en rustbehoevende kinderen in het huis der Stichting.
2 verzorging van zwakken en ouden van dagen aan personen die kost en inwoning in het huis der Stichting verlangen.
3 opvoeding en onderwijs aan wezen en verlaten kinderen onder leiding van een moeder-overste, als eerste mejuffrouw Dorothea Stromberg.
Artikel 7 zegt: de zusters verrichten hare liefdewerken en verleenen hare diensten zonder daarvoor eenen persoonlijke belooning te genieten……

Op dezelfde dag werd nog een Acte verleden bij notaris Van de Poll waarbij Friedrich Wilhelm Caesar verkoopt aan de “Stichting Liefde Gesticht Caesarea”
a. Een kerk, een opvoedingsgesticht, een verplegingstehuis.

In deze acte reserveert Caesar een ruimte onder de kapel om daar begraven te worden na zijn dood.
d. in de op het gekochte te stichten kerk moet worden gereserveerd eene ruimte zoals is aangegeven op de aan deze akte vastgehechte tekening, welke ruimte moet dienen als grafruimte voor het stoffelijk overschot van verkoper en diens echtgenote, en dat aan hunne familieleden eeuwigen dage vrije toegang tot die plaats zal worden toegelaten’

De koopsom was 2500 gulden voor de grond en 100.000 voor de gebouwen.

Op 8 april 1921 stond het gebouw onder de kap. De kapel was er en het huis stond onder dak, maar vloeren deuren en ramen ontbraken nog. Caesar klaagde over de teruggang van zijn zaken bij de zusters, maar vertelde hen waarschijnlijk niet alles. Net als zovele meer vermogende Nederlanders was hij in financiële moeilijkheden geraakt doordat de waarde van Russische aandelen was gekelderd.

Door wat meer strubbelingen bij de bouw was de verantwoordelijkheid daarvoor inmiddels overgenomen door architect Schrakamp uit Hengelo, die ook katholieke Mulo in Apeldoorn had gebouwd.
Door wisseling van architectenbureau was voor afwerking en oplevering nog 175.000 gulden nodig. De zusters uit Denekamp konden dat niet betalen, ook omdat zij door de ontwaarding van de Duitse Mark ook in de problemen kwamen.

Zusters van Liefde uit Veghel
Caesar vroeg advies aan Schrakamp, die vond dat een vakantiehuis voor kinderen uit burgergezinnen niet kon bestaan naast een tehuis voor verwaarloosde jongeren. Hierdoor verviel ook de verhuizing van Denekamp naar Ugchelen. Caesar vroeg vervolgens aan Schrakamp of hij andere Orden kende die het tehuis zouden willen overnemen. Schrakamp kende weer uit zijn woonplaats pastoor Van Rossum uit Hengelo (O), die dacht aan de zusters van Veghel in zijn parochie.

12 oktober 1921 bezocht de Algemeen Overste uit Veghel in Ugchelen de bouw, die toen stil lag. Deze zusters zagen toch wel mogelijkheden en er werd weer onderhandeld.

Bij notaris Van de Poll werd op 21 december 1921 een acte gepasseerd waarbij F.W. Caesar als gemachtigde van de Stichting “Liefdegesticht Caesarea” verkoopt aan Zedelijk Lichaam “De Zusters van Liefde” uit Veghel, de grond met de thans daarop gestichte gebouwen, een kerk en een gesticht.

Schrakamp kreeg opdracht plannen te maken voor de afbouw “in dien geest, dat de Inrichting zou zijn een herstellingshuis voor zwakke en herstellende kinderen op de eerste plaats, terwijl op de tweede plaats ook gelegenheid voor pension moest komen.” Dit vroeg wel veel aanpassingen en de afwerking werd aanbesteed op 11 augustus 1922. Door veel tegenslagen en de strenge winter van 1922 op 1923 kon uiteindelijk op 15 september worden opgeleverd. Op 14 november 1923 was de bouw eindelijk zover dat men binnen de muren kon wonen.

Op zondag 18 november 1923 droeg de dichter pater Jaques Schreurs m.s.c. , een kapelaan afkomstig uit het Limburgse Ophove, de eerste Heilige Mis op in de kapel, die versierd was met hei en dennentakken. Hij is ook kort van 1922 tot 1923 rector geweest van Caesarea en is bekend geworden als schrijver van het boek “kroniek eener parochie”, dat gebruikt is om de t.v.-serie “dagboek van een herdershond” te maken.

In de archieven werd ondermeer vermeld, dat in 1925 26 meisjes en 71 jongens voor herstel in Caesarea waren opgenomen. Er stond ook vermeld: “Over ’t algemeen komen hier echt brave menschen. De ouders vragen meestal, als ze de kinderen brengen: Mogen ze elke dag ter communie gaan, dat zijn ze gewoon.

In 1938 was besloten door het Hoofdbestuur om Huize Casarea te gaan verkopen. De Voogdijstichting uit Den Bosch had belangstelling, maar de koop ging uiteindelijk niet door. Tijdens de eerste oorlogsdagen in mei 1940 is Huize Caesarea nog enkele weken beschikbaaar gesteld aan het Liduina-Ziekenhuis in Apeldoorn. Begin juli 1942 kwamen nog Duitse officieren kijken, maar het lag te ver van Apeldoorn om dienst te doen voor gewonde soldaten.

Graf in de crypte
Op 6 juni 1928 stierf Caesar; de plechtige uitvaart had plaats op vrijdag 10 juni en hij werd begraven in de crypte onder de kapel.
De voorbereiding van die begrafenis was niet zonder slag of stoot gegaan. De zusters dienden in 1925 een aanvraag in om Caesar in de crypte te mogen begraven, maar de gemeente Apeldoorn weigerde toestemming, omdat Caesar geen eigenaar van de grond meer was, waar hij begraven zou worden. Dhr Schrakamp uit Hengelo fungeerde ook nog als bemiddelaar. Op 12 mei 1925 wezen B&W het verzoek af. Notaris JH van de Poll schreef vervolgens een brief aan B&W waarin hij de bij hem gepasseerde verkoopacte uit 1920 aanhaalde waar Caesar had bedongen dat hij in een crypte onder de kapel begraven wilde worden.

Volgens de notaris bleef dhr Caesar ook na de verkoop nog eigenaar van de grond, omdat hij die als grafruimte wenste te gebruiken en dat die grond dus niet bij de verkoop was inbegrepen. Op 3 augustus 1925 besloten B&W alsnog de toestemming te verlenen.

Ook Caesars vrouw werd in de crypte bijgezet. Hun rust werd rond 1995 verstoord, toen de toenmalige eigenaars bang waren dat zij een huis met een begraafplek niet zouden kunnen verkopen.
De stoffelijke resten werden uit de crypte gehaald en werden begraven in een algemeen graf AL 780 op Heidehof. Allen het nummersteentje laaat nog zien, waaar zij begraven liggen, er is geen grafsteen meer te vinden, die bleef achter in de crypte. Er wordt aan gewerkt recht te doen aan de wens van Caesar en de resten weer in de crypte bij te zetten.

Geerlingshofstede wordt juvenaat Don Rua
In april 1922 moest Caesar ook zijn jachtvilla verkopen. Mejuffrouw Hecker werd de nieuwe eigenaar en zij verkoopt de villa in 1930 weer aan Johanna C..B. Heindl, de weduwe van F.W. Caesar en via een R.K. Priester wordt de Stichting Pius XI uit Apeldoorn de nieuwe eigenaar. Deze stichting was opgericht om priesters op te leiden. Een aantal Salesianen uit Lauradorp kwamen naaar Ugchelen om de villa geschikt te maken, waaarvoor ook de architect Van Dongen werd ingeschakeld. Zij verbleven tijdelijk in Caesarea, waar ze gasstvrij werden ontvangen. Toen de Duitsers hun onderkomen in Leusden hadden bezet moest de verbouw bespoedigd worden en mei 1942 werd de villa, die nu Huize Don Rua zou heten in gebruik genomen en op 10 mei 1942 ingezegend.
Er werd ook een kapel bijgebouwd, die op 29 juli 1942 werd ingezegend door deken Oostveen uit Apeldoorn. Op 15 augustus begonnen 32 novicen met hun studie in dit nieuwe klein seminarie. In de oorlogsjaren was het huis vaak erg vol, ook omdat de Duitsers weer de school in Leusden bezetten. Wel werd geprofiteerd van de voedselmogelijkheden die Caesarea had.

Op het terrein van Don Rua was een eigen begraafplaats ingericht in het zogenaamde tweede bos, waar je alleen op zon- en feestdagen naar toe ging, samen met de overste. Dit kerkhof moest vanwege de aanleg van de E8 worden geruimd en de stoffelijke resten werden herbegraven.

Ook werd er een boerderij bij de villa gebouwd om een inkomensgarantie te hebben. Na de oorlog kwam daar nog het bouwland in Assel bij, waar de bankier Westerwoudt veel grond in eigendom had, die hij liet ontginnen. In 1941 was Heilige Geest-kapel geopend , waar de Salesianen om de twee weken de diensten waarnamen. In 1951 werd de boerderij bij Don Rua opgeheven en werden de activiteiten naar Assel verplaatst. Kort daarna kwamen er plannen voor nieuwbouw bij Don Rua; er waren inmiddels veel noodgebouwen bijgekomen, waarvan de kwaliteit hard achteruit ging. Nieuwbouw liet op zich wachten, totdat er afstel kwam, door de aanleg van de snelweg E8 over het terrein van Don Rua. De Staat koopt 6 ha grond van de Salesianen en deze verhuizen naar ’s Heerenberg.

In het boekje “Don Bosco op de Veluwe” uitgegeven in 1987 door de Salesianen van Don Bosco in Leusden, is nog vel meer te lezen over Huize Don Rua in Ugchelen, van 1942 tot 1959.

Caesarea wordt sanatorium
Omdat voor de zusters de verzorging van de patiënten te druk werd en ze niet meer toekwamen aan de eigen geestelijke verzorging werd toch weer uitgekeken naar een andere bestemming van Caesarea. In juni 1942 kwam het Bestuur van de “Vereniging R.K. Herstellingsoorden voor Longlijders en Zwakke Kinderen” kijken of het gebouw ingericht kon worden als sanatorium voor TBC-patienten. Na overleg met de inspectie werd het gebouw door de Vereniging gehuurd en 12 oktober kwamen de eerste patiënten en zo heeft Caesarea als sanatorium dienst gedaan tot september 1957.

Dependance Klein Seminarie
Sluiting dreigde toen, maar kort daarna was er alweer een nieuwe bestemming voor het complex. Het Aartsbisschoppelijk Kleinseminarie had ruimte nodig. Uiteindelijk hebben ongeveer zestig seminaristen daar gewoond. Gedurende een aantal jaren tot juni 1961 is daar de dependance van het Klein Seminarie gevestigd geweest.

Vakantiekolonie
In 1962 kreeg het bestuur kontakt met de Nederlandse Katholieke Vereniging voor Kinderuitzending (NKVK) uit Vught; zij zochten een vakantiehuis voor debiele kinderen. Vanaf 5 april 1962 was Caesarea een A-koloniehuis voor zwakzinnige kinderen. In de loop der jaren werd de ontvangst van de kinderen zodanig verbeterd dat in 1969 de erkenning als B-koloniehuis volgde..

De invoering van de AWBZ in 1968 opende nieuwe perspectieven en Caesarea veranderde van vakantiekolonie in een medisch-orthopedagogisch huis, waar moeilijk lerende kinderen onder goede begeleiding werden behandeld.

Zusters uit Veghel verkopen Caesarea
Op 24 januari 1973 verkoopt De Congregatie van de Zusters Franciscanessen van de onbevlekte ontvangenis der heilige moeder Gods uit Veghel aan de Stichting Huize Caesarea: het kindertehuis Caesarea te Ugchelen aan de Hoenderlooseweg 108 met bijbehorende gebouwen enz. zoals vermeld in de acte.
Deze stichting was opgericht op 27 december 1972 volgens de acte gepasseerd bij notaris mr. P.W.M. Stieger in Nijmegen. Deze Stichting heeft op 5 september 1989 bij statutenwijziging haar naam veranderd in Stichting Medisch Kinderhuis, gevestigd te Ugchelen. Op 30 juni 1993 is deze Stichting weer een fusie aangegaan met meerdere andere Stichtingen, welke overkoepelende Stichting de naam kreeg Gelderse Stichting voor Jeugdhulpverlening, terwijl deze naam op 31 december 1997 weer veranderd is in Gelderse Stichting voor Jeugdhulpverlening “Lindenhout”.

Tenslotte voor dit verhaal werd het complex Caesarea, bestaande uit hoofdgebouw met diverse bijgebouwen, plaatselijk bekend aan de Hoenderlooseweg 108 in Ugchelen, verkocht en gerestaureerd. Nu zit het Leger des Heils in het hoofdgebouw en wordt de kapel verhuurd voor verschillende aktiviteiten.

De cirkel is rond
(Uit De Bron van 8 april 2009)

Meneer Caesar
De afbeelding van Frits Caesar waar naar zo lang is gezocht.

Lange tijd is gezocht naar een foto of tekening van Frits Caesar, de man die verantwoordelijk is geweest voor de bouw van het monumentale Caesarea aan de Hoenderloseweg. Merkwaardigerwijs bleven iedere keer deze pogingen vruchteloos. Diverse publicaties over de behuizing, waarin nu het Leger des Heils activiteiten ontplooit, moesten het doen zonder een afbeelding van de Ugchelense weldoener van destijds. Ook in het laatste boekje ter gelegenheid van de voltooiing van de restauratie van Caesarea - geschreven door Bert Kompanje - moesten de samenstellers het stellen zonder beeltenis.

Uiteindelijk hebben de Franciscanessen van Veghel gezorgd dat de ontbrekende schakel in de geschiedenis boven water kwam. Tijdens de herbegrafenis van het echtpaar Caesar, in februari dit jaar, beloofden zij om nog eens nadrukkelijk te kijken in het archief van de kloosterorde. De nonnen hebben lange tijd in Ceasarea gewoond en gewerkt en hebben dat stukje geschiedenis opgeborgen binnen de kloostermuren.
Tot grote blijdschap van velen die zich bezighouden met de geschiedenis van Caesarea, lieten de zusters na enige tijd weten dat de zoekpoging succes had opgeleverd. Caesar heeft op de foto een uitermate vriendelijke uitstraling. Ondertussen is de prent in Apeldoorn. Sonja Goudkuil, wier man Caesarea heeft gekocht, heeft zich ontfermd over de foto.
Vorige week heeft zij samen met Jan Ellenbroek - lid van de Stichting Vrienden van Caesarea - zowel de foto van Caesar (1856 - 1927) als die van zijn vrouw Johanna (1865-1934) in een lijst gevat en die neergezet in het stiltecentrum van de kapel waar ook de stoffelijke resten van het echtpaar in de crypte zijn geplaatst. Sonja bij die gelegenheid: “De cirkel is rond. Toen wij het pand in 1995 kochten, was dit stiltecentrum een rommelhoek. Nu is het in stijl ingericht, precies op de manier zoals ik dat wilde. Ik ben er heel blij mee”.
Home Historie Kapel Crypte Foto's Gastenboek Contact In het spoor van Tuberculose Leger des Heils Route Wandeling
www.carsarea.eu caecarea caeserea

eXTReMe Tracker